Diep leren is leren dat gericht is op begrijpen. Volgens het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO) leggen leerlingen dan verbanden tussen leerinhouden, koppelen ze nieuwe ideeën aan wat ze al weten en verbinden ze begrippen met ervaringen uit het dagelijks leven.
Twee betekenissen van diep leren
De term diep leren wordt niet overal hetzelfde gebruikt. Winje en Løndal (2020) analyseerden hoe 71 onderzoekspublicaties over primair en voortgezet onderwijs (1994 tot begin 2018) diep leren definiëren. Ze vonden twee hoofdopvattingen:
Diep leren als betekenisvol leren.
De grootste groep (63 van de 71 publicaties). Kern: betekenis zoeken in de leerstof, nieuwe kennis relateren aan voorkennis en dagelijkse ervaring, en intrinsieke motivatie. Deze opvatting gaat terug op het onderzoek naar diepe en oppervlakkige leeraanpakken van Marton en Säljö (1976). De NKO-omschrijving hierboven past hierbij.
Diep leren als transfer.
De andere groep (8 publicaties): het vermogen om wat je in de ene situatie leerde toe te passen in een nieuwe situatie. Dit sluit aan bij het rapport van de Amerikaanse National Research Council (Pellegrino & Hilton, 2012) over deeper learning.
Bloom en RTTI
Leertaxonomieën helpen om de definitie scherper te maken, en om het te kunnen meten.
Revised Bloom’s Taxonomy for Learning noemt “Apply” wanneer een leerling een werkwijze moet vinden om een probleem op te lossen. Dat dekt zowel het kiezen van een bekende werkwijze als het aanpassen van een werkwijze.
De classificatietabel van RTTI noemt expliciet “nieuwe situaties”. RTTI splitst Bloom’s “Apply” in twee: Training (bekende werkwijzen) en Transfer (het concept in nieuwe, onbekende situaties).
Zo kun je de twee betekenissen van diep leren in RTTI-termen lezen. Betekenisvol leren (verbanden leggen, aansluiten bij voorkennis) ligt dicht bij Inzicht. Diep leren als transfer is precies RTTI’s categorie Transfer. Wie diep leren wil meten, kijkt dus naar Inzicht én Transfer.
Vragen
Vragen dienen niet alleen om te checken of een leerdoel gehaald is, maar ook om leerlingen te betrekken. Een van de beste antwoorden die een kind kan krijgen op “waarom”, is een tegenvraag: “wat denk je zelf?”.
Vragen die bij diep leren horen: leg uit …, geef een oorzakelijk verband, kies het beste alternatief en beargumenteer, laat zien dat …, licht toe enz.
Een poster met werkwoorden per cognitieve categorie is te downloaden via Docentplus. Docenten én leerlingen kunnen die gebruiken om het vraagtype te herkennen.
Een gebalanceerde toets bevat vragen in alle vier cognitieve categorieën: Reproductie, Training, Transfer en Inzicht. Diep leren zit vooral in Inzicht en Transfer, en om diep leren te meten zijn dus díé vragen belangrijk. Er is natuurlijk verschil tussen leerlingen in klas 2 en leerlingen in de eindexamenklas. Een toets voor de onderbouw bevat meer vragen over Reproductie en Training; leerlingen in 5 havo / 6 vwo krijgen meer Transfer- en Inzichtvragen.
Maar ook de lessen en toetsen in klas 2 moeten stof behandelen vanuit transfer en inzicht. Dan kunnen leerlingen (beginnen) hun leerstrategieën ook voor die cognitieve categorieën te ontwikkelen en te oefenen. Bovendien zijn er leerlingen die feiten het makkelijkst onthouden vanuit begrip: zonder begrip geen onthouden.
Een toets voor klas 2 kan tot 25% training- en 5% inzichtvragen bevatten. Voor de eindexamenklas is de situatie bijna omgekeerd, met de nadruk op Transfer en Inzicht; toch moeten die leerlingen blijven oefenen op Reproductie en Training, dus houd tot 30% van de vragen voor die categorieën.
De onverwachte nadruk op Transfer en Inzicht die leerlingen vaak in 4 havo/vwo tegenkomen, zonder echte overgang, zet veel leerlingen klem: strategieën die op de middelbare onderbouw prima werkten, zijn ineens nutteloos.
Leerstrategieën voor diep leren
In het boek Slimmer Leren (Drost & Verra) staan meerdere leerstrategieën die bruikbaar zijn voor diep leren. Op deze site vind je er een aantal onder Transfer, bijvoorbeeld Kleur codering.
Sommige andere strategieën richten zich op het koppelen van het nieuwe onderwerp aan bestaande kennis en ervaring, precies waar het NKO diep leren aan herkent. Jezelf W-vragen stellen (wat, wie, hoe, waarom) is een eenvoudige, effectieve strategie.
Lesgeven voor diep leren
Als het thema van de opdracht binnen het curriculum valt, kun je als docent onthouden:
- Hoe krijg ik leerlingen aan het denken over welke werkwijze/aanpak zij het meest geschikt vinden in een nieuwe situatie?
- Hoe krijgen leerlingen de kans om uit bekende werkwijzen te kiezen en een eigen werkwijze samen te stellen?
- Zijn er meerdere mogelijke antwoorden?
Voorbeeld: nadat je een paar werkwijzen hebt geoefend, geef je leerlingen een nieuwe uitdaging waarin ze moeten kiezen of combineren.
In de beperkte tijd die je hebt kun je de weg een paar keer laten zien, maar leerlingen moeten hem daarna zelf lopen. Een diepte-opdracht in de toets moet een nieuwe situatie zijn. Heeft de leerling de opdracht en de oplossing al gezien, dan is het Training, geen Transfer.
Diep leren (in RTTI vooral de categorieën Inzicht en Transfer) moet je zien in samenhang met reproductie en training; geen van de categorieën bestaat in isolatie. Met de juiste werkwoorden krijg je goede dieptevragen op de toets. Met een goede verdeling van vragen over de cognitieve categorieën kun je meten hoe effectief het diep leren voor het onderwerp is geweest.
Bronnen
- Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO). Het bevorderen van diep leren in het voortgezet onderwijs (projectnummer 405-16-505, TU/e, 2016–2017). https://www.nko.nl/onderzoeksprojecten/het-bevorderen-van-diep-leren-in-het-voortgezet-onderwijs
- Koopman, M. (2017). Diep leren: praktische handreikingen voor het bevorderen van diep leren bij leerlingen in het voortgezet onderwijs (publicatie bij dit project). https://www.nko.nl/sites/nro/files/migrate/Koopman_2017_Praktijkboek_NRO_bevorderen_van_diep_leren.pdf
- Winje, Ø., & Løndal, K. (2020). Bringing deep learning to the surface: A systematic mapping review of 48 years of research in primary and secondary education. Nordic Journal of Comparative and International Education, 4(2), 25–41. https://doi.org/10.7577/njcie.3798
- Pellegrino, J. W., & Hilton, M. L. (Eds.). (2012). Education for Life and Work: Developing Transferable Knowledge and Skills in the 21st Century. National Academies Press (National Research Council).
- Marton, F., & Säljö, R. (1976). On qualitative differences in learning: I – Outcome and process. British Journal of Educational Psychology, 46(1), 4–11.
- Utdanningsdirektoratet (Udir). Dybdelæring. https://www.udir.no/laring-og-trivsel/lareplanverket/stotte/dybdelaring/